ECLI:NL:RBAMS:2010:BM7546
Rechtbank Amsterdam
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Vernietiging besluit naturalisatie wegens motiveringsgebrek en overschrijding redelijke termijn
Eiser verzocht om naturalisatie, maar dit werd afgewezen door verweerder op grond van het beleid dat een rehabilitatietermijn van vier jaar geldt na tenuitvoerlegging van een straf. Eiser voerde aan dat sprake was van een bijzonder lang tijdsverloop tussen het laatste strafbare feit in 1999 en de tenuitvoerlegging van de straf in 2005, waardoor de redelijke termijn als bedoeld in artikel 6 EVRM Pro was overschreden.
De rechtbank oordeelde dat verweerder onvoldoende had onderzocht wanneer de redelijke termijn was aangevangen en of de criteria van het EHRM en de Hoge Raad, zoals de complexiteit van de zaak en het gedrag van eiser, aanleiding gaven om de termijnoverschrijding niet aan te nemen. Ook de door eiser aangevoerde bijzondere omstandigheden, zoals medische problemen en persoonsverwisseling, waren onvoldoende onderzocht.
Verder was het bestreden besluit niet zorgvuldig gemotiveerd en had verweerder ten onrechte het verzoek tot aanhouding van de procedure afgewezen. De rechtbank verklaarde het beroep gegrond, vernietigde het besluit en bepaalde dat een nieuw besluit moest worden genomen met inachtneming van deze uitspraak. Verweerder werd veroordeeld in de proceskosten en moest het griffierecht vergoeden.
Uitkomst: Het beroep wordt gegrond verklaard en het besluit tot afwijzing van naturalisatie wordt vernietigd wegens onvoldoende motivering en zorgvuldigheid.