ECLI:NL:RBAMS:2010:BM3651
Rechtbank Amsterdam
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Schending zorgplicht door bank bij effectenleaseovereenkomst met restschulden en financiële last
In deze zaak stond de effectenleaseovereenkomst tussen eiser en Dexia centraal, waarbij eiser schade vorderde wegens schending van de bijzondere zorgplicht door Dexia. De kantonrechter verwees naar eerdere tussenvonnissen en arresten van de Hoge Raad en het Amsterdamse hof die het beoordelingskader vormden.
De bijzondere zorgplicht van Dexia omvatte een waarschuwingsplicht voor het risico van restschuld bij beëindiging van de lease en een onderzoeksplicht naar de financiële draagkracht van eiser. De kantonrechter stelde vast dat Dexia beide plichten had geschonden, waardoor een causaal verband bestond tussen deze schendingen en de schade van eiser.
De schade bestond uit restschuld en betaalde rente en aflossingen. Een deel van de schade werd toegerekend aan eigen schuld van eiser, vastgesteld op een derde, vanwege zijn kennis van het product en de financiële situatie. De kantonrechter concludeerde dat de oorspronkelijke lease geen onaanvaardbare last vormde, maar de verlenging wel, die Dexia had moeten ontraden.
Dexia werd veroordeeld tot betaling van € 8.032,99 aan schadevergoeding plus wettelijke rente vanaf 14 juli 2005, en in de proceskosten. De restschuld was reeds voldaan door verrekening en betaling door eiser zelf. De uitspraak weerspiegelt een zorgvuldige afweging van zorgplicht, causaal verband en eigen schuld.
Uitkomst: Dexia wordt veroordeeld tot betaling van € 8.032,99 schadevergoeding plus wettelijke rente vanaf 14 juli 2005.