ECLI:NL:RBAMS:2010:BM0399
Rechtbank Amsterdam
- Eerste aanleg - meervoudig
- R.H.C. Jongeneel
- S.P. Pompe
- A.P. Schoonbrood - Wessels
- Rechtspraak.nl
Recht op liquidatiesaldo en pandrecht na ontbinding van besloten vennootschap
In deze civiele procedure staat centraal wie gerechtigd is tot het liquidatiesaldo van de ontbonden besloten vennootschap ACB. [A] Beheer en [B] Beheer, aandeelhouders van ACB, vorderen dat het pandrecht van Delta Lloyd teniet is gegaan en dat zij recht hebben op het liquidatiesaldo.
Delta Lloyd stelt dat zij als pandhouder gerechtigd is tot het liquidatiesaldo, omdat het pandrecht na ontbinding van ACB is overgegaan op de vordering tot betaling van het liquidatiesaldo. De rechtbank stelt vast dat de eigendom van de aandelen niet aan Delta Lloyd is overgegaan omdat de statutaire aanbiedingsregeling niet is nageleefd en er geen leveringshandeling heeft plaatsgevonden.
De rechtbank oordeelt dat het pandrecht door substitutie is komen te rusten op de vordering tot betaling van het liquidatiesaldo. De vervaltermijn van de zekerheidstelling uit de leningsovereenkomst is niet van toepassing omdat Delta Lloyd reeds in 2001 de executie van het pandrecht heeft ingezet. Ook het verjaringsverweer faalt, omdat de vordering niet verjaard is.
Daarom wijst de rechtbank de vorderingen van [A] c.s. af en verklaart zij dat Delta Lloyd als pandhouder inningbevoegd is en rechthebbende is ten aanzien van het liquidatiesaldo, vermeerderd met rente. [A] c.s. wordt veroordeeld in de proceskosten.
Uitkomst: De rechtbank wijst de vorderingen van [A] c.s. af en verklaart Delta Lloyd als pandhouder gerechtigd tot inning van het liquidatiesaldo.