ECLI:NL:RBAMS:2009:BL5481
Rechtbank Amsterdam
- Eerste aanleg - meervoudig
- F.G. Bauduin
- G.H. Marcus
- C.P.E. Meewisse
- Rechtspraak.nl
Afwijzing wrakingsverzoek rechter-commissaris wegens vermeende vooringenomenheid
Verzoeker, verdachte in een strafzaak, diende een wrakingsverzoek in tegen de rechter-commissaris die de getuigenverhoren behandelde. Verzoeker stelde dat de rechter-commissaris vooringenomen was omdat hij de aanwezigheid van verzoeker bij de verhoren negatief beoordeelde en hem het aanwezigheidsrecht ontnam.
De rechtbank overwoog dat wraking niet kan worden ingezet tegen onwelgevallige procesbeslissingen en dat de beslissing van de rechter-commissaris om getuigen buiten aanwezigheid van verzoeker te horen binnen zijn bevoegdheid valt op grond van artikel 186a Sv. De motivering van de rechter-commissaris was summier maar voldoende en er waren geen feiten die een objectief gerechtvaardigde vrees voor vooringenomenheid rechtvaardigden.
De rechtbank wees het verzoek af en stelde vast dat de zaak wordt hervat in de stand waarin deze zich bevond ten tijde van het wrakingsverzoek. Hiermee werd bevestigd dat het recht op een eerlijk proces niet werd geschonden en dat de rechter-commissaris onpartijdig handelde.
Uitkomst: Het wrakingsverzoek tegen de rechter-commissaris wordt afgewezen wegens gebrek aan objectieve aanwijzingen voor vooringenomenheid.