ECLI:NL:RBAMS:2009:BK6410
Rechtbank Amsterdam
- Eerste aanleg - meervoudig
- J.M.J. Lommen-van Alphen
- A.M. Ruige
- S.A. Krenning
- Rechtspraak.nl
Vrijspraak verdachte wegens onvoldoende bewijs betrokkenheid bij dood vrouw oom
De rechtbank Amsterdam behandelde de zaak tegen verdachte die werd verdacht van medeplegen van moord op de vrouw van zijn oom in augustus 2007. Het slachtoffer werd zwaargewond aangetroffen en overleed aan de gevolgen van zwaar lichamelijk letsel. De officier van justitie stelde dat verdachte samen met zijn oom verantwoordelijk was en eiste 14 jaar gevangenisstraf.
Tijdens de zittingen bleek dat verdachte en andere betrokkenen tegenstrijdige, ongeloofwaardige en deels onjuiste verklaringen hadden afgelegd. Er was geen direct technisch bewijs dat verdachte als dader aanwees. Hoewel het letsel mogelijk door meerdere personen was toegebracht, kon de rechtbank dit niet met zekerheid vaststellen.
De rechtbank oordeelde dat de onderzoeksresultaten, waaronder DNA-onderzoek en telefoonverkeer, onvoldoende waren om verdachte wettig en overtuigend te verbinden aan het ten laste gelegde. Verdachte werd vrijgesproken en het bevel tot voorlopige hechtenis werd opgeheven.
Uitkomst: Verdachte wordt vrijgesproken wegens onvoldoende wettig en overtuigend bewijs voor betrokkenheid bij de dood van het slachtoffer.