ECLI:NL:RBAMS:2009:BJ9678
Rechtbank Amsterdam
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Afwijzing vordering ex-bestuurder ABN AMRO tot afvloeiingsvergoeding en bonus 2008
Eiser, voormalig lid van de Raad van Bestuur van ABN AMRO, vorderde een afvloeiingsvergoeding van circa €6,2 miljoen en een bonus over 2008. Hij stelde dat hem toezeggingen waren gedaan die niet mochten worden gewijzigd, mede gebaseerd op het oude afvloeiingsbeleid met een correctiefactor van 1,4. Verweerders betwistten bindende toezeggingen en voerden aan dat het beleid was aangepast vanwege de financiële crisis en maatschappelijke opvattingen.
De kantonrechter oordeelde dat hoewel toezeggingen waren gedaan, er geen perfecte overeenkomst tot stand was gekomen. Het oude beleid maakte geen onderdeel uit van de arbeidsovereenkomst en kon worden gewijzigd. De rechter vond dat eiser onaanvaardbaar handelde door nakoming te vorderen zonder concrete onderbouwing van nadeel, mede gezien de veranderde omstandigheden en maatschappelijke kritiek op hoge vergoedingen.
De vordering tot toekenning van een bonus over 2008 werd eveneens afgewezen, omdat de bevoegdheid tot bonusbepaling bij de Raad van Commissarissen lag en er geen formele arbeidsovereenkomst met RBS Plc. bestond. De kantonrechter concludeerde dat de vorderingen ongegrond waren en wees deze af, waarbij partijen hun eigen kosten droegen.
Uitkomst: Vorderingen ex-bestuurder tot afvloeiingsvergoeding en bonus 2008 worden afgewezen wegens onaanvaardbaar handelen en geen bindende toezeggingen.