ECLI:NL:RBAMS:2009:BJ4793
Rechtbank Amsterdam
- Eerste aanleg - meervoudig
- R. van de Water
- G.S. Crince Le Roy
- A.P. van der Linden
- Rechtspraak.nl
Vrijspraak verdachte wegens onvoldoende bewijs moord en poging moord
De rechtbank Amsterdam heeft op 29 april 2009 uitspraak gedaan in een strafzaak tegen verdachte die werd verdacht van moord, poging tot moord en verboden wapenbezit. De zaak betrof een schietincident op 11 maart 2008 waarbij het slachtoffer overleed en een ander slachtoffer werd geraakt.
De officier van justitie eiste een gevangenisstraf van 18 jaar wegens de ernst van het feit en de persoonlijkheid van verdachte. De verdediging voerde aan dat het bewijs onvoldoende was, met name vanwege twijfelachtige getuigenverklaringen, gebrekkige herkenning door het slachtoffer, en ontlastend technisch bewijs. Ook werden procedurele fouten bij de fotoconfrontatie aangevoerd.
De rechtbank stelde vast dat verdachte weliswaar betrokken was bij het incident en aanwezig was nabij de plaats delict, maar dat er onvoldoende bewijs was dat hij daadwerkelijk de schutter was. De verklaringen van getuigen en de OVC-gesprekken wezen ook op een andere mogelijke schutter. Daarnaast waren er twijfels over de betrouwbaarheid van de identificatie van verdachte als schutter.
Gelet op het ontbreken van wettig en overtuigend bewijs sprak de rechtbank verdachte vrij van alle tenlastegelegde feiten en wees de vordering van de benadeelde partij af. Tevens werd het bevel tot voorlopige hechtenis opgeheven.
Uitkomst: Verdachte is vrijgesproken wegens onvoldoende wettig en overtuigend bewijs dat hij de schutter was.