ECLI:NL:RBAMS:2009:BJ3456
Rechtbank Amsterdam
- Voorlopige voorziening
- Sj.A. Rullmann
- Rechtspraak.nl
Huurster zonder toestemming ingrijpende verbouwingen in woning verricht en veroordeeld tot schadevergoeding
De zaak betreft een geschil tussen verhuurder en huurster over ingrijpende verbouwingen die de huurster zonder toestemming en zonder bouwvergunningen heeft uitgevoerd in een benedenwoning. De verhuurder vorderde een voorschot op de herstelkosten om de woning terug te brengen in de oorspronkelijke staat, betaling van een contractuele boete en ontruiming van de woning.
De huurster voerde verweer onder meer met het argument dat zij gerechtigd was tot de verbouwingen vanwege achterstallig onderhoud, en dat herstel pas bij het einde van de huurovereenkomst vereist was. De rechtbank verwierp deze verweren en oordeelde dat de huurster zonder schriftelijke toestemming van de verhuurder geen ingrijpende verbouwingen mocht uitvoeren, ook niet bij vermeend achterstallig onderhoud.
De rechtbank stelde vast dat de huurster wanprestatie had gepleegd en veroordeelde haar tot betaling van een voorschot van € 35.000,-- op de herstelkosten, vermeerderd met wettelijke rente, en in de proceskosten. De vordering tot ontruiming werd afgewezen omdat de tekortkoming niet zo ernstig was dat onmiddellijke ontruiming gerechtvaardigd was. De vordering tot betaling van de contractuele boete werd afgewezen wegens gebrek aan spoedeisend belang.
Tenslotte werd een reconventionele vordering van de tweede gedaagde tot opheffing van conservatoir beslag afgewezen omdat de verhuurder het beslag zou opheffen.
Uitkomst: Huurster wordt veroordeeld tot betaling van een voorschot van € 35.000,-- op herstelkosten en proceskosten, vorderingen tot ontruiming en boete worden afgewezen.