ECLI:NL:RBAMS:2009:BJ0726
Rechtbank Amsterdam
- Eerste aanleg - meervoudig
- Rechtspraak.nl
Beslissing over gedeeltelijke overlevering op grond van Europees aanhoudingsbevel wegens drugshandel en wapensmokkel
De Rechtbank Amsterdam behandelde een vordering tot overlevering van een verdachte op basis van een Europees aanhoudingsbevel (EAB) uitgevaardigd door Britse autoriteiten. De verdachte wordt verdacht van meerdere strafbare feiten, waaronder illegale handel in verdovende middelen, wapensmokkel en medeplegen van mishandeling.
De rechtbank stelde vast dat voor sommige feiten dubbele strafbaarheid niet vereist is, terwijl voor andere feiten wel. Voor een deel van de feiten, met name die betrekking hebben op cocaïnetransporten in de periode van mei 2007 tot januari 2008, loopt in Nederland al een strafzaak tegen de verdachte. Daarom werd overlevering voor deze feiten geweigerd op grond van artikel 9 van Pro de Overleveringswet (OLW).
De verdediging voerde onder meer aan dat de verdachte tijdens detentie onmogelijk de feiten kon plegen, maar dit werd verworpen omdat het ging om deelneming aan misdrijven, waarbij fysieke aanwezigheid niet vereist is. Ook werd een beroep gedaan op schending van artikel 6 EVRM Pro, maar dit werd onvoldoende onderbouwd geacht. De rechtbank besloot uiteindelijk de overlevering toe te staan voor de feiten waarvoor aan alle wettelijke eisen was voldaan en te weigeren voor de overige feiten.
Uitkomst: De rechtbank staat gedeeltelijke overlevering toe en weigert overlevering voor feiten waarvoor de verdachte reeds in Nederland wordt vervolgd of die onvoldoende zijn toegelicht.