ECLI:NL:RBAMS:2009:BI5180
Rechtbank Amsterdam
- Eerste aanleg - meervoudig
- Rechtspraak.nl
Geen overdracht van naburige rechten aan Sony BMG op uitvoeringen van artiest [A]
De zaak betreft de vraag of Sony BMG de naburige rechten bezit op uitvoeringen van artiest [A] onder diverse overeenkomsten uit 1978, 1985, 1992, 1996, 1998, 2005 en 2006. De rechtbank stelt vast dat de overeenkomsten van vóór 1993 zijn gesloten voordat de Wet op de Naburige Rechten (Wnr) van kracht was, waardoor [A] toen geen naburige rechten toekwamen en dus ook geen overdracht daarvan kon plaatsvinden.
Voor de na 1993 gesloten overeenkomsten geldt dat deze geen uitdrukkelijke of impliciete overdracht van naburige rechten bevatten, mede vanwege het aktevereiste van artikel 9 Wnr Pro. De rechtbank interpreteert de overeenkomsten als het verlenen van een onbeperkte en exclusieve licentie aan Sony BMG, inclusief exploitatie via digitale en toekomstige media, zoals blijkt uit de ruime definities in de contracten en het gedrag van partijen.
De gevorderde verklaringen voor recht dat Sony BMG geen rechten bezit of dat [A] vrij is tot eigen exploitatie zonder vergoeding worden afgewezen wegens onvoldoende onderbouwing en het feit dat Sony BMG toestemming heeft voor exploitatie. De kosten van de procedure worden gecompenseerd, waarbij iedere partij haar eigen kosten draagt.
Uitkomst: Sony BMG beschikt niet over de naburige rechten van [A] op uitvoeringen uit de overeenkomsten, maar heeft wel een exclusieve licentie voor exploitatie, ook digitaal.