ECLI:NL:RBAMS:2009:BI3446
Rechtbank Amsterdam
- Eerste aanleg - meervoudig
- G.W.K. van der Valk Bouman
- A.J. Beukenhorst
- M.W. van der Veen
- Rechtspraak.nl
Restante executieopbrengst valt in faillissementsboedel bij onvoltooide executie
De curator in het faillissement van een eigenaar van een onroerende zaak betwistte de vordering van de ontvanger van de Belastingdienst, die stelde dat de restante executieopbrengst buiten de faillissementsboedel viel omdat de executie ten tijde van het faillissement was beëindigd.
De rechtbank stelde vast dat hoewel de onroerende zaak was geleverd en de hypotheekhouder was voldaan, de gerechtelijke tenuitvoerlegging ten aanzien van de overige beslagleggers nog niet was voltooid. De resterende opbrengst bevond zich nog op de kwaliteitsrekening van de notaris en de verdeling daarvan was nog niet afgerond.
De rechtbank oordeelde dat de resterende opbrengst geen afgescheiden vermogen vormde en dat deze nog deel uitmaakte van het vermogen van de failliet. De vordering van de ontvanger werd afgewezen en deze werd veroordeeld in de proceskosten.
De uitspraak verduidelijkt dat bij meerdere beslagleggers en onvoltooide executie de resterende opbrengst in de faillissementsboedel valt en niet buiten de boedel kan worden gehouden.
Uitkomst: De rechtbank wijst de vordering van de ontvanger af en bepaalt dat de restante executieopbrengst in de faillissementsboedel valt.