ECLI:NL:RBAMS:2009:BI0791
Rechtbank Amsterdam
- Eerste aanleg - meervoudig
- Rechtspraak.nl
Ontneming wederrechtelijk verkregen voordeel van ruim 1,9 miljoen euro wegens witwassen
De rechtbank Amsterdam behandelde op 9 maart 2009 de vordering van de officier van justitie tot ontneming van wederrechtelijk verkregen voordeel van verdachte, die eerder door het gerechtshof was veroordeeld voor medeplegen van witwassen en witwassen.
De procedure omvatte schriftelijke voorbereiding en een inhoudelijke behandeling op 23 februari 2009, waarbij de verdediging diverse verweren voerde over onderzoeksperiode, rechtsmacht en de herkomst van bepaalde goederen, zoals horloges en een speedboot.
De rechtbank oordeelde dat het wederrechtelijk verkregen voordeel betrekking heeft op de periode januari 2001 tot en met 25 april 2005, waarbij voldoende aanwijzingen waren voor betrokkenheid bij andere strafbare feiten dan waarvoor verdachte veroordeeld was. De kasopstelling en financieel onderzoek toonden een onverklaarbare contante besteding van ruim €1,9 miljoen.
De rechtbank verwierp de meeste verweren van de verdediging, waaronder het betoog over het beginvermogen en de horloges, maar liet de waarde van de oude speedboot buiten de berekening. Uiteindelijk legde de rechtbank aan verdachte de verplichting op tot betaling van €1.961.515,80 aan de Staat.
Uitkomst: Verdachte is veroordeeld tot betaling van €1.961.515,80 aan de Staat als ontneming van wederrechtelijk verkregen voordeel.