ECLI:NL:RBAMS:2009:BH7560
Rechtbank Amsterdam
- Eerste aanleg - meervoudig
- Rechtspraak.nl
Vrijspraak overval juwelier en veroordeling voor drugsbezit en voorbereidingshandelingen
De rechtbank Amsterdam sprak verdachte vrij van de overval op een juwelierszaak omdat het enige belastende bewijs, een bloedspoor met zijn DNA op een glassplinter, niet met zekerheid tijdens de overval kon zijn achtergelaten. Verdachte kwam regelmatig in de zaak en de vitrinekasten werden niet dagelijks schoongemaakt, waardoor het bloed ook eerder aanwezig kon zijn geweest.
Verder werd verdachte veroordeeld voor het bezit van 388 gram hasj en 990 gram lidocaïne, waarvan hij wist of ernstige redenen had te vermoeden dat het als versnijdingsmiddel voor cocaïne werd gebruikt. Verdachte gaf toe het poeder te hebben ontvangen en te hebben geprobeerd te verkopen.
Ten aanzien van vermeende voorbereidingshandelingen voor een overval met gebruik van auto en telefoon oordeelde de rechtbank dat deze voorwerpen alledaagse gebruiksvoorwerpen zijn en dat er geen vaststaand wilsbesluit tot overval was. De gedragingen waren niet verdacht genoeg om strafbare voorbereiding aan te nemen.
De rechtbank hield rekening met de recidive van verdachte en het ontbreken van medewerking aan hulpverlening. De opgelegde straf was een onvoorwaardelijke gevangenisstraf van vier maanden, met aftrek van voorarrest.
De voorlopige hechtenis van verdachte werd met ingang van 6 maart 2009 opgeheven.
Uitkomst: Verdachte wordt vrijgesproken van overval en veroordeeld tot vier maanden gevangenisstraf voor drugsbezit en voorbereidingshandelingen.