ECLI:NL:RBAMS:2009:BH0889
Rechtbank Amsterdam
- Eerste aanleg - meervoudig
- H.J. Tijselink
- T.P.J. de Graaf
- M.T. Boerlage
- Rechtspraak.nl
Woonplaatsvereiste Tijdelijke regeling pensioenverevening strijdig met artikel 18 EG-Verdrag
Eisers verzochten om een eenmalige tegemoetkoming op grond van de Tijdelijke regeling eenmalige tegemoetkoming pensioenverevening, maar hun aanvragen werden afgewezen omdat zij op de peildatum niet in Nederland woonden. De rechtbank moest beoordelen of dit woonplaatsvereiste terecht werd toegepast.
De rechtbank stelde vast dat het woonplaatsvereiste een belemmering vormt voor het recht op vrij verkeer en verblijf zoals neergelegd in artikel 18, eerste lid, EG-Verdrag. Deze belemmering kan niet worden gerechtvaardigd door het belang van een eenvoudige en controleerbare uitvoering van de regeling. De rechtbank verwees naar jurisprudentie van het Europese Hof van Justitie, waaronder het arrest Tas-Hagen, waarin woonplaatsvereisten kritisch worden getoetst.
De rechtbank concludeerde dat het woonplaatsvereiste niet evenredig is en niet geschikt om het nagestreefde doel te bereiken, mede omdat het niet voldoende indicatief is voor de verbondenheid met de Nederlandse rechtssfeer. Daarom verklaarde de rechtbank de beroepen gegrond, vernietigde de bestreden besluiten en droeg verweerder op nieuwe beslissingen te nemen zonder toepassing van het woonplaatsvereiste. Tevens werd het betaalde griffierecht aan eisers vergoed.
Uitkomst: Het woonplaatsvereiste is in strijd met artikel 18 EG-Verdrag, bestreden besluiten worden vernietigd en nieuwe beslissingen worden bevolen.