ECLI:NL:RBAMS:2008:BH6171
Rechtbank Amsterdam
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Kantonrechter oordeelt over kennelijk onredelijk ontslag en toekenning schadevergoeding
Eiser was sinds 1982 in dienst bij verschillende werkgevers, waaronder een varenkwekerij die in 2003 werd overgenomen door gedaagde. Na een afwijzing van een ontslagvergunning in 2003, verleende het CWI in 2007 alsnog toestemming voor ontslag op bedrijfseconomische gronden. Gedaagde zegde het dienstverband op met inachtneming van de opzegtermijn, waarna eiser de kantonrechter verzocht het ontslag kennelijk onredelijk te verklaren en schadevergoeding toe te kennen.
De kantonrechter oordeelde dat het ontslag op geldige bedrijfseconomische gronden berustte en dat gedaagde voldoende aannemelijk had gemaakt dat er geen passend werk beschikbaar was en dat bemiddeling had plaatsgevonden. Wel werd erkend dat het ontslag voor eiser ernstige gevolgen had, waaronder inkomensachteruitgang en het stoppen van pensioenopbouw.
Omdat eiser niet voldoende was gecompenseerd voor deze gevolgen, kende de kantonrechter een schadevergoeding toe van €9.000 bruto, gebaseerd op de directe inkomstenderving over ruim 1,5 jaar, zonder toepassing van de kantonrechtersformule. De overige vorderingen werden afgewezen en partijen droegen hun eigen proceskosten.
Uitkomst: Ontslag is kennelijk onredelijk verklaard en eiser krijgt een schadevergoeding van €9.000 bruto toegekend.