ECLI:NL:RBAMS:2008:BH2028
Rechtbank Amsterdam
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Afwijzing aansprakelijkheid juridische dienstverlener voor verlies dekking brandverzekering door te late premiebetaling
A exploiteerde een horecaonderneming die door brand werd verwoest. A had een brandverzekering bij Nationale Nederlanden waarvoor de premie per half jaar vooruitbetaald moest worden. De premie voor het tweede halfjaar 2004 werd te laat betaald, namelijk op 12 augustus 2004, na de vervaldatum 1 juli 2004. Nationale Nederlanden schortte de dekking op vanwege deze te late betaling en beriep zich op een vervalbeding in de polis.
A had een juridisch servicecontract met De Raadgevers, die hem bijstond in de procedure tegen de verzekeraar. A stelde De Raadgevers aansprakelijk voor het niet tijdig nemen van juridische stappen waardoor de rechten onder de verzekering vervielen. De rechtbank oordeelde dat De Raadgevers mogelijk een beroepsfout had gemaakt, maar dat dit niet in causaal verband stond met de schade omdat de verzekeraar op grond van de polisvoorwaarden en het toepasselijke recht de dekking terecht had opgeschort.
De rechtbank overwoog dat onder het oude recht al werd geanticipeerd op de waarschuwingsplicht uit het nieuwe recht, maar dat voor verzekeringen gesloten in de uitoefening van beroep of bedrijf van deze waarschuwingsplicht kon worden afgeweken. A had een bedrijfsverzekering en de polis bevatte een bepaling die zonder nadere ingebrekestelling dekking kon opschorten bij niet-tijdige premiebetaling. Daarom was de opschorting van de dekking door de verzekeraar gerechtvaardigd.
De rechtbank concludeerde dat de kans op een succesvolle procedure tegen de verzekeraar gering was en dat er daardoor geen causaal verband bestond tussen de vermeende fout van De Raadgevers en de geleden schade. De vorderingen van A werden afgewezen en A werd veroordeeld in de proceskosten.
Uitkomst: De rechtbank wijst de vordering af wegens ontbreken van causaal verband tussen beroepsfout en schade.