ECLI:NL:RBAMS:2008:BG6614
Rechtbank Amsterdam
- Eerste aanleg - meervoudig
- Rechtspraak.nl
Toestemming en weigering overlevering opgeëiste persoon op grond van Europees aanhoudingsbevel
De rechtbank Amsterdam behandelde een vordering tot overlevering van een opgeëiste persoon aan België op basis van een Europees aanhoudingsbevel (EAB). Dit bevel betrof de tenuitvoerlegging van een restant van een vrijheidsstraf van 439 dagen, opgelegd wegens diverse strafbare feiten waaronder oplichting, racketeering, afpersing, vervalsing van betaalmiddelen en diefstal.
De opgeëiste persoon was eerder in België veroordeeld en voorwaardelijk in vrijheid gesteld, maar deze voorwaardelijke invrijheidstelling werd herroepen zonder hernieuwde inhoudelijke beoordeling van schuld of bewijs. De rechtbank oordeelde dat deze herroeping niet onder artikel 6 EVRM Pro valt en dat de weigeringsgrond van artikel 12 OLW Pro daarom niet van toepassing is.
De rechtbank stelde vast dat voor sommige feiten, zoals valse naamdracht en familieverlating, niet aan de vereisten van dubbele strafbaarheid werd voldaan of dat deze feiten in Nederland niet strafbaar zijn. Daarom werd overlevering voor die feiten geweigerd.
Uiteindelijk stond de rechtbank de overlevering toe voor de feiten waarvoor aan alle wettelijke eisen was voldaan, en weigerde zij deze voor de overige feiten. De beslissing is definitief en er staat geen gewoon rechtsmiddel tegen open.
Uitkomst: De rechtbank staat de overlevering van de opgeëiste persoon toe voor het resterende deel van de straf voor bepaalde feiten en weigert deze voor andere feiten.