ECLI:NL:RBAMS:2008:BD6470
Rechtbank Amsterdam
- Eerste aanleg - meervoudig
- R. van de Water
- A. van der Perk
- A.M. Ruige
- Rechtspraak.nl
Beoordeling rechtmatigheid DNA-afname bij veroordeelde na inwerkingtreding Wet DNA-onderzoek
Veroordeelde werd veroordeeld voor openlijke geweldpleging en poging tot zware mishandeling, met strafuitzetting na inwerkingtreding van de Wet DNA-onderzoek bij veroordeelden. Na aanvankelijk verzet tegen DNA-afname, onder dwang geplaatst in een isoleercel, heeft veroordeelde uiteindelijk celmateriaal afgestaan.
De rechtbank beoordeelde of de DNA-afname in strijd was met de Wet DNA, het EVRM en de Grondwet. Er werd geoordeeld dat de afname niet in strijd was met de Wet DNA, noch met artikel 7 EVRM Pro, omdat DNA-afname geen strafrechtelijke maatregel is. De inbreuk op artikel 8 EVRM Pro werd gerechtvaardigd geacht, aangezien de wet voorzienbaar, legitiem en noodzakelijk is voor het voorkomen en vervolgen van misdrijven.
Het beroep op artikel 14 EVRM Pro over discriminatie en willekeur werd verworpen, omdat geen ongelijke behandeling van gelijke gevallen was vastgesteld. De rechtbank concludeerde dat het bezwaarschrift ongegrond is en dat het bevel tot DNA-afname rechtmatig was.
Uitkomst: Het bezwaarschrift tegen de DNA-afname wordt ongegrond verklaard en het bevel tot afname is rechtmatig.