ECLI:NL:RBAMS:2008:BD1979
Rechtbank Amsterdam
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Beoordeling ontvankelijkheid bezwaarschrift bij verzending uit het buitenland in AOW-zaak
Eiseres diende bezwaar in tegen de afwijzing van haar AOW-uitkering. Het primaire besluit werd op 16 juni 2005 via het buitenlandse verbindingsorgaan aan haar verzonden, en zij ontving dit op 19 juni 2005. De bezwaartermijn begon derhalve op 19 juni 2005 en eindigde op 1 augustus 2005.
Het bezwaarschrift was gedateerd 30 juli 2005, maar werd pas op 10 augustus 2005 ontvangen door verweerder. Hoewel het bezwaarschrift vermoedelijk vóór het einde van de termijn is verzonden, werd het niet binnen de wettelijke week na afloop van de termijn ontvangen, zoals vereist volgens artikel 6:9, tweede lid, Awb.
Eiseres stelde dat die termijn niet strikt kon worden toegepast bij verzending vanuit het buitenland, maar de rechtbank verwierp dit standpunt en verwees naar de wetsgeschiedenis die juist rekening houdt met buitenlandse verzendingen. Er waren geen omstandigheden die een termijnoverschrijding konden rechtvaardigen.
De rechtbank concludeerde dat verweerder het bezwaar terecht niet-ontvankelijk heeft verklaard en wees het beroep af. Er werd geen proceskostenvergoeding toegekend.
Uitkomst: Het beroep wordt ongegrond verklaard omdat het bezwaarschrift niet tijdig is ontvangen en de termijnoverschrijding niet verschoonbaar is.