ECLI:NL:RBAMS:2007:BW7236
Rechtbank Amsterdam
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Voortzetting inbewaringstelling wegens gevaar voor ongeboren kind door borderline en cocaïnegebruik
De rechtbank Amsterdam behandelde het verzoek van de officier van justitie tot voortzetting van de inbewaringstelling van een zwangere vrouw met een borderline persoonlijkheidsstoornis en cocaïneafhankelijkheid. Betrokkene ontkende opname nodig te hebben en wilde stoppen met cocaïnegebruik, maar erkende niet de diagnose en had afspraken met de verloskundige gemist.
De behandelend arts verklaarde dat betrokkene pas laat in de zwangerschap medische hulp zocht en meerdere afspraken miste. De combinatie van borderline en middelengebruik beïnvloedt haar oordeelsvermogen ernstig, waardoor zij een onmiddellijk dreigend gevaar vormt voor haar ongeboren kind. Eerder gebruik leidde tot overlijden van een voldragen kind.
De rechtbank achtte het gevaar niet afwendbaar buiten een psychiatrisch ziekenhuis en stelde dat het ongeboren kind als 'ander' moet worden beschouwd onder de Wet BOPZ. Gezien de ernst van de situatie en het ontbreken van bereidheid tot opname, verleende de rechtbank een machtiging tot voortzetting van de inbewaringstelling voor drie weken.
Uitkomst: Machtiging tot voortzetting van inbewaringstelling voor drie weken wegens onmiddellijk dreigend gevaar voor het ongeboren kind.