ECLI:NL:RBAMS:2007:BF8843
Rechtbank Amsterdam
- Eerste aanleg - meervoudig
- Rechtspraak.nl
Veroordeling verblijf als ongewenst verklaarde vreemdeling in Nederland
De rechtbank Amsterdam heeft op 15 november 2007 uitspraak gedaan in de zaak tegen verdachte die werd vervolgd wegens het overtreden van artikel 197 van Pro het Wetboek van Strafrecht door als vreemdeling in Nederland te verblijven terwijl hij wist dat hij tot ongewenst vreemdeling was verklaard.
Verdachte bekende ter terechtzitting dat hij op 7 oktober 2007 in Amsterdam verbleef ondanks zijn ongewenstverklaring. De verdediging voerde onder meer overmacht aan vanwege de situatie in Irak, het categorale beschermingsbeleid en de persoonlijke omstandigheden van verdachte, waaronder zijn homoseksualiteit. Deze verweren werden door de rechtbank verworpen omdat verdachte onvoldoende inspanningen had verricht om Nederland te verlaten en het niet aan de strafrechter is om vreemdelingenrechtelijke kwesties te beoordelen.
De rechtbank hield rekening met de persoonlijke omstandigheden van verdachte, zoals zijn moeilijke levensgeschiedenis en eerdere veroordeling voor hetzelfde delict. Gezien het feit dat verdachte bewust het besluit tot ongewenstverklaring had genegeerd en reeds eerder was veroordeeld, werd een gevangenisstraf van twee maanden opgelegd, met aftrek van voorarrest.
De rechtbank wees tevens een vordering tot tenuitvoerlegging van een eerdere voorwaardelijke straf af wegens procedurele tekortkomingen. Het vonnis werd gewezen door drie rechters en uitgesproken in een openbare terechtzitting.
Uitkomst: Verdachte is veroordeeld tot twee maanden gevangenisstraf wegens verblijf in Nederland als ongewenst verklaarde vreemdeling.