ECLI:NL:RBAMS:2007:BC7188
Rechtbank Amsterdam
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Geen verkrijgende verjaring: gebruik percelen als houderschap, bruikleenovereenkomst met gemeente
De zaak betreft de vraag of eiser gedurende minimaal 20 jaar onafgebroken bezit heeft gehad van de percelen A en B, waardoor hij eigenaar zou zijn geworden via verkrijgende verjaring. Eiser gebruikte de percelen als tuin en voerde aan dat hij deze sinds 1980 in bezit had, terwijl de gemeente eigenaar bleef volgens het kadaster.
De rechtbank stelt vast dat het gebruik van de percelen aanvankelijk als houderschap begon en dat eiser niet als bezitter voor zichzelf heeft gehouden, mede omdat hij zich pas in 2006 op bezit beroept. Er is onvoldoende bewijs dat het bezit eerder dan 2005 begon. Het gebruik wordt gekwalificeerd als een stilzwijgende bruikleenovereenkomst met de gemeente.
De gemeente heeft deze bruikleenovereenkomst rechtsgeldig opgezegd vanwege bouwplannen. De rechtbank wijst de vorderingen van eiser af en verklaart dat de bruikleenovereenkomst is geëindigd. Eiser wordt veroordeeld tot ontruiming van de percelen en betaling van proceskosten.
Uitkomst: De vorderingen van eiser worden afgewezen; de bruikleenovereenkomst is rechtsgeldig opgezegd en geëindigd.