ECLI:NL:RBAMS:2007:BC0918
Rechtbank Amsterdam
- Eerste aanleg - meervoudig
- F.G. Bauduin
- M.F.J.M. de Werd
- J.J. Molenaar
- Rechtspraak.nl
Niet-ontvankelijkheid OM wegens overschrijding redelijke termijn in piramidespelzaak
De rechtbank Amsterdam behandelde een strafzaak tegen verdachte die werd beschuldigd van het organiseren van een piramidespel, valsheid in geschrifte, deelname aan een criminele organisatie, verduistering van goederen, en bedrog. De tenlasteleggingen betroffen perioden tussen 2001 en 2004 en locaties verspreid over Nederland.
De verdediging voerde aan dat het OM niet ontvankelijk moest worden verklaard wegens overschrijding van de redelijke termijn zoals bedoeld in artikel 6 EVRM Pro. De rechtbank stelde vast dat de redelijke termijn begon te lopen vanaf het eerste verhoor van verdachte op 31 maart 2003 en dat de zaak niet binnen twee jaar was afgerond. Er was sprake van een overschrijding van 26 maanden, zonder dat het OM voldoende voortvarendheid had betracht.
De rechtbank verwierp het argument van het OM dat wachttijd voor zittingsruimte een geldige reden was en oordeelde dat de belangen van verdachte prevaleerden boven die van de samenleving. Ook de belangen van mogelijke slachtoffers konden de overschrijding niet rechtvaardigen. De rechtbank verklaarde het OM niet-ontvankelijk en wees de benadeelde partijen af in hun vorderingen, die civielrechtelijk moesten worden afgedaan.
Uitkomst: Het OM werd niet-ontvankelijk verklaard wegens overschrijding van de redelijke termijn, en benadeelde partijen werden niet-ontvankelijk verklaard in hun vorderingen.