ECLI:NL:RBAMS:2007:BB5569
Rechtbank Amsterdam
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Bestuurlijke boete wegens overtreding Wet arbeid vreemdelingen vernietigd wegens schending hoorplicht
Eiser kreeg een bestuurlijke boete van €4000 opgelegd wegens het laten verrichten van arbeid door een vreemdeling zonder tewerkstellingsvergunning, in strijd met artikel 2 van Pro de Wet arbeid vreemdelingen (Wav). In bezwaar werd de boete gehandhaafd, waarna eiser beroep instelde bij de rechtbank.
Tijdens de beroepsprocedure bleek dat na het horen in bezwaar nieuw onderzoek was verricht dat belangrijke feiten aan het licht bracht, namelijk dat het originele identiteitsbewijs niet was gecontroleerd en dat de vreemdeling niet degene was die hij zich voordeed. Eiser was hierover niet gehoord, wat in strijd is met artikel 7:9 van Pro de Algemene wet bestuursrecht (Awb).
De rechtbank verklaarde het beroep gegrond en vernietigde het bestreden besluit wegens schending van de hoorplicht. Desondanks liet de rechtbank de rechtsgevolgen van het vernietigde besluit in stand, met het oog op het belang van finale geschilbeslechting en de snelheid van afdoening.
De rechtbank verwierp het verweer van eiser dat de boete onevenredig hoog was vanwege verminderde verwijtbaarheid, omdat eiser niet het origineel identiteitsbewijs controleerde en dus niet al het mogelijke had gedaan om de overtreding te voorkomen.
Tot slot werd verweerder veroordeeld tot betaling van de proceskosten en de Staat der Nederlanden werd veroordeeld tot vergoeding van het griffierecht.
Uitkomst: Het beroep wordt gegrond verklaard en het bestreden besluit vernietigd wegens schending van de hoorplicht, maar de rechtsgevolgen blijven in stand.