ECLI:NL:RBAMS:2007:BB3934
Rechtbank Amsterdam
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Afwijzing vordering merkinbreuk en handelsnaamrecht Intrum Justitia tegen Evia Justitia
Intrum Justitia Nederland B.V. vordert dat Evia Justitia B.V. het gebruik van haar handelsnaam Evia Justitia staakt wegens vermeende inbreuk op merkenrecht en handelsnaamrecht. Intrum stelt dat het woord 'Justitia' onderscheidend vermogen heeft en dat het gebruik door Evia verwarring veroorzaakt. Evia voert verweer dat 'Justitia' een veelgebruikt, weinig onderscheidend woord is en dat er geen concrete verwarring is.
De rechtbank stelt vast dat Intrum sinds 1987 de handelsnaam Intrum Justitia gebruikt en dat Intrum Justitia Licensing AG houder is van het Benelux woordmerk en het Europese gemeenschapsbeeldmerk 'Intrum Justitia'. Evia exploiteert sinds 2005 de handelsnaam Evia Justitia. De rechtbank oordeelt dat het woord 'Justitia' weinig onderscheidend vermogen heeft en frequent wordt gebruikt in de incassopraktijk, waardoor het niet kan worden gemonopoliseerd door Intrum.
Verder is niet gebleken dat het publiek door het gebruik van 'Evia Justitia' verwarring ondervindt of daarvan te duchten is. Het onderscheidende element in de handelsnamen ligt bij de woorden 'Intrum' en 'Evia', die auditief en visueel verschillen. De vorderingen van Intrum worden daarom afgewezen. Intrum wordt veroordeeld in de proceskosten van Evia, begroot op €4.672,82.
Uitkomst: De rechtbank wijst de vorderingen van Intrum af en veroordeelt Intrum in de proceskosten van Evia.