ECLI:NL:RBAMS:2007:BB2214
Rechtbank Amsterdam
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Nietigheid en vernietiging van effectenlease-overeenkomsten wegens schending zorgplicht en onrechtmatige handelswijze door bank
De rechtbank Amsterdam behandelde een geschil tussen [eisers] en Dexia Bank over de geldigheid en gevolgen van meerdere effectenlease-overeenkomsten die [eiser] had afgesloten. [Eisers] stelden dat de overeenkomsten nietig of vernietigbaar zijn wegens strijd met de Wet toezicht effectenverkeer 1995 en de Wet op het consumentenkrediet, misbruik van omstandigheden, dwaling en schending van zorgplicht door Dexia.
De rechtbank kwalificeerde de lease-overeenkomsten als huurkoop en oordeelde dat het beroep van [eiseres] op vernietiging wegens artikel 1:88 en Pro 1:89 BW was verjaard. De rechtbank stelde dat Dexia haar zorgplicht had geschonden door onvoldoende te informeren over de risico’s en financiële gevolgen van de complexe leaseproducten. Dexia had nagelaten om adequaat te waarschuwen voor het risico van verlies en het ontstaan van een restschuld.
De rechtbank paste een categoraal model toe om het nadeel te verdelen en bepaalde dat Dexia 65% van het nadeel moest dragen, rekening houdend met de persoonlijke en financiële situatie van [eiser]. Verder werd Dexia veroordeeld tot betaling van € 15.617,92 plus wettelijke rente en tot het verwijderen van de BKR-registratie. De vorderingen van Dexia in reconventie werden afgewezen en Dexia werd veroordeeld in de proceskosten.
Uitkomst: Dexia wordt veroordeeld tot betaling van € 15.617,92 plus wettelijke rente en tot verwijdering van de BKR-registratie wegens schending van haar zorgplicht.