ECLI:NL:RBAMS:2007:BB1862
Rechtbank Amsterdam
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- M. van Hees
- Rechtspraak.nl
Beoordeling immateriële en materiële schade na verkeersongeval met geschil over deskundigenrapport en arbeidsdeskundige
Op 11 juni 1998 raakte A betrokken bij een verkeersongeval terwijl hij voor zijn werkgever was uitgeleend aan een derde partij. A liep diverse fracturen op en onderging meerdere operaties. Hij ontvangt sinds april 1999 een WAO-uitkering en bijstandsuitkering. A vordert immateriële schadevergoeding en materiële schade wegens gederfd inkomen en verminderde arbeidscapaciteit.
De rechtbank benoemde orthopedisch chirurg D als deskundige, die een rapport uitbracht met een percentage van 31% blijvende invaliditeit. Partijen verschillen van mening over de berekening van dit percentage en over de mate van invaliditeit, waarbij ook een mogelijke optelfout wordt betwist. Daarnaast is onduidelijkheid over de psychische schade van A en de juiste hoogte van de immateriële schadevergoeding.
Verder is er discussie over de benoeming van de arbeidsdeskundige, waarbij Allianz en B bezwaar maken tegen de door A voorgestelde deskundige C en alternatieven voorstellen. De rechtbank gelast een comparitie van partijen om deze kwesties te bespreken, nadere schriftelijke toelichting van de medisch deskundige te ontvangen en een mogelijke minnelijke regeling te beproeven.
De rechtbank houdt iedere verdere beslissing aan en bepaalt dat de comparitie zal plaatsvinden op 21 mei 2007. De hoogte van de immateriële schadevergoeding zal naar billijkheid worden vastgesteld met inachtneming van het tijdstip van het ongeval en de wettelijke rente vanaf die datum.
Uitkomst: De rechtbank houdt de beslissing aan en gelast een comparitie voor nadere toelichting en bespreking van geschilpunten.