ECLI:NL:RBAMS:2007:BA5052
Rechtbank Amsterdam
- Eerste aanleg - meervoudig
- J.M.J. Lommen-van Alphen
- E.D. Bonga-Sigmond
- J.C. Boeree
- Rechtspraak.nl
Weigering overlevering wegens ongenoegzaamheid van bewijs in Europees aanhoudingsbevel
De rechtbank Amsterdam behandelde een vordering tot overlevering van een persoon aan Griekenland op grond van een Europees aanhoudingsbevel (EAB). Dit EAB was uitgevaardigd in verband met een strafrechtelijk onderzoek naar vermeende oplichting of fraude. De Griekse autoriteiten baseerden hun verzoek mede op telefoongegevens die aan de opgeëiste persoon werden toegeschreven.
De opgeëiste persoon bracht bewijs in dat het betreffende telefoonnummer pas jaren na het vermeende strafbare feit aan hem was toegekend en dat hij het abonnement later had opgezegd. De Nederlandse officier van justitie achtte de stukken onvoldoende om de overlevering toe te staan, niet vanwege een geslaagd onschuldverweer, maar vanwege ongenoegzaamheid van bewijs in de zin van artikel 2 van Pro de Overleveringswet.
De rechtbank bevestigde dat het interstatelijk vertrouwensbeginsel geldt, maar dat bij zwaarwegende aanwijzingen van vergissing nader onderzoek of weigering gerechtvaardigd is. Gezien de tijdsperiode waarin het telefoonnummer aan de opgeëiste persoon was gekoppeld en het ontbreken van andere aanwijzingen, concludeerde de rechtbank dat onvoldoende aanknopingspunten voor betrokkenheid bestonden.
Daarom werd de overlevering geweigerd omdat niet aan de vereisten van de Overleveringswet was voldaan. Tegen deze beslissing staat geen gewoon rechtsmiddel open.
Uitkomst: De rechtbank weigert de overlevering wegens ongenoegzaamheid van bewijs voor betrokkenheid bij het strafbare feit.