ECLI:NL:RBAMS:2007:BA4584
Rechtbank Amsterdam
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Afwijzing verzoek voorlopig getuigenverhoor inzake identiteit biologische vader
In deze civiele procedure verzocht B de rechtbank Amsterdam om een voorlopig getuigenverhoor te bevelen teneinde zes getuigen te horen over de identiteit van haar biologische vader. B was na adoptie actief op zoek gegaan naar haar biologische ouders en wilde met name vanwege gezondheidsredenen de medische achtergrond van haar biologische vader achterhalen.
De rechtbank overwoog dat het middel van het voorlopig getuigenverhoor bedoeld is om partijen voorafgaand aan een procedure opheldering te verschaffen over betwiste feiten die tot een beslissing in een zaak kunnen leiden. B gaf echter aan dat zij niet met de gegevens uit het getuigenverhoor een procedure wilde starten of haar procespositie wilde beoordelen.
De rechtbank oordeelde dat het verzoek een misbruik van bevoegdheid inhoudt, omdat het een zogenoemde 'fishing expedition' betreft, gericht op het achterhalen van feiten die niet direct tot een procedure leiden. Het middel van het voorlopig getuigenverhoor is niet bedoeld voor het verkrijgen van dergelijke informatie.
Daarom wees de rechtbank het verzoek af. Deze beslissing benadrukt de grenzen aan het gebruik van voorlopige getuigenverhoren en het belang van een concreet belang bij het verzoek.
Uitkomst: Het verzoek tot het houden van een voorlopig getuigenverhoor wordt afgewezen wegens misbruik van bevoegdheid.