ECLI:NL:RBAMS:2007:AZ8761
Rechtbank Amsterdam
- Eerste aanleg - meervoudig
- Rechtspraak.nl
Toestemming overlevering aan Polen wegens valsheid in geschrifte met valse cheques
De rechtbank Amsterdam behandelde een verzoek tot overlevering van een persoon aan Polen op basis van een Europees aanhoudingsbevel (EAB) uitgevaardigd door de Poolse rechter. Het EAB betrof valsheid in geschrifte met betrekking tot 19 valse cheques. De rechtbank constateerde een kennelijke verschrijving in het EAB maar achtte het verzoek verder toereikend en duidelijk genoeg omschreven.
De verdediging voerde onder meer aan dat het EAB onvoldoende concreet was en dat de redelijke termijn zoals bedoeld in artikel 6 EVRM Pro was overschreden omdat de verdachte sinds 1998 onder dreiging van vervolging zou leven. De rechtbank verwierp deze verweren, stellende dat de verdachte pas in 2006 officieel als verdachte werd aangemerkt en dat geen sprake was van een flagrante schending van rechten.
De rechtbank stelde vast dat het feit waarvoor overlevering wordt verzocht strafbaar is onder zowel het Poolse als het Nederlandse recht en dat de dubbele strafbaarheid is gegeven. De overlevering werd daarom toegestaan. Tegen deze uitspraak staat geen gewoon rechtsmiddel open.
Uitkomst: De rechtbank Amsterdam staat de overlevering van de opgeëiste persoon aan Polen toe voor het strafrechtelijk onderzoek naar valsheid in geschrifte.