ECLI:NL:RBAMS:2007:AZ7055
Rechtbank Amsterdam
- Eerste aanleg - meervoudig
- Rechtspraak.nl
Toestemming tot overlevering aan Polen voor tenuitvoerlegging strafrestant
De rechtbank Amsterdam behandelde op 12 januari 2007 het verzoek tot overlevering van een persoon aan Polen op grond van een Europees aanhoudingsbevel (EAB) voor het uitzitten van een strafrestant van 4 jaar, 9 maanden en 15 dagen.
De opgeëiste persoon had in eerdere Poolse strafzaken zijn verdedigingsrechten kunnen uitoefenen en was daadwerkelijk gehoord. De procedure tot het vaststellen van de cumulative sentence betrof enkel het samenvoegen van onherroepelijke vonnissen, zonder inhoudelijke herbeoordeling van de feiten. Hierdoor kon geen beroep worden gedaan op artikel 12 van Pro de Overleveringswet (OLW) wegens afwezigheid bij die procedure.
De raadsman voerde diverse verweren aan, waaronder het ontbreken van een correcte verwijzing naar het Poolse wetsartikel, het niet op de hoogte zijn van een zitting, schending van de redelijke termijn en het reeds uitgezeten zijn van het strafrestant. De rechtbank verwierp deze verweren, onder meer omdat het strafrestant volgens het EAB nog niet geheel was uitgezeten en de Poolse procedure voldeed aan de eisen van het Europees Verdrag voor de Rechten van de Mens (EVRM).
De rechtbank concludeerde dat aan alle wettelijke eisen voor overlevering was voldaan en besloot de overlevering toe te staan voor de tenuitvoerlegging van de straf op het grondgebied van Polen.
Uitkomst: De rechtbank staat de overlevering van de opgeëiste persoon aan Polen toe voor het uitzitten van het strafrestant.