ECLI:NL:RBAMS:2007:AZ7048
Rechtbank Amsterdam
- Eerste aanleg - meervoudig
- Rechtspraak.nl
Overlevering aan Denemarken toegestaan ondanks persoonlijke belangen opgeëiste persoon
De Rechtbank Amsterdam behandelde op 22 december 2006 de vordering tot overlevering van een Nederlandse vrouw aan Denemarken op grond van een Europees aanhoudingsbevel (EAB) wegens betrokkenheid bij de smokkel van harddrugs van Nederland naar Denemarken.
De opgeëiste persoon voerde aan dat de zwaarste strafbare feiten in Nederland waren gepleegd en dat zij de zorg heeft voor drie jonge kinderen, waardoor overlevering ingrijpende gevolgen zou hebben. De rechtbank oordeelde dat de persoonlijke belangen van de opgeëiste persoon meegewogen moesten worden, maar dat de door Denemarken verstrekte terugkeergarantie voldoende tegemoet kwam aan deze belangen.
De rechtbank verwierp het verweer dat het EAB onvoldoende was en stelde vast dat de feiten ook naar Nederlands recht strafbaar zijn. Tevens werd geoordeeld dat de officier van justitie terecht had afgezien van de weigeringsgrond op grond van artikel 13 OLW Pro, omdat het belang van goede rechtsbedeling overlevering aan Denemarken rechtvaardigde.
De rechtbank besloot de overlevering toe te staan en wees erop dat tegen deze uitspraak geen gewoon rechtsmiddel openstaat.
Uitkomst: De rechtbank staat de overlevering van de opgeëiste persoon aan Denemarken toe onder inachtneming van de terugkeergarantie en persoonlijke belangen.