ECLI:NL:RBAMS:2006:BD5210
Rechtbank Amsterdam
- Eerste aanleg - meervoudig
- Rechtspraak.nl
Toestemming tot overlevering van Nederlandse verdachte aan Belgische justitie wegens fraude en deelname criminele organisatie
De rechtbank Amsterdam behandelde op 24 november 2006 de vordering tot overlevering van een Nederlandse verdachte aan België op basis van een Europees aanhoudingsbevel (EAB) uitgevaardigd door de onderzoeksrechter te Antwerpen. Het EAB betreft strafrechtelijk onderzoek naar vermeende deelname aan een criminele organisatie en fraude die de financiële belangen van de Europese Gemeenschappen schaadt.
De rechtbank stelde vast dat een deel van de feiten deels op Nederlands grondgebied had plaatsgevonden, maar dat het zwaartepunt van de strafbare feiten en de schadelijke gevolgen vooral in België liggen. De Belgische autoriteiten hadden het strafbare feit deels gekwalificeerd als deelname aan een criminele organisatie en deels als fraude met belastingdelicten, die ook onder Nederlands recht strafbaar zijn.
De verdachte betwistte zijn schuld, maar kon dit niet aantonen. Vanwege zijn Nederlandse nationaliteit werd een terugkeergarantie gegeven door de Belgische autoriteiten, zodat hij bij veroordeling zijn straf in Nederland kan uitzitten. Hoewel artikel 13 OLW Pro overlevering verbiedt bij gedeeltelijke plaatsing van feiten in Nederland, besloot de rechtbank op grond van goede rechtsbedeling af te zien van deze weigeringgrond.
De verdediging voerde aan dat betrokkenheid bij bepaalde vennootschappen niet duidelijk was omschreven, maar de rechtbank verwierp dit verweer. Gezien het voldoen aan alle wettelijke eisen werd de overlevering toegestaan en uitgesproken dat tegen deze uitspraak geen gewoon rechtsmiddel openstaat.
Uitkomst: De rechtbank Amsterdam staat de overlevering van de Nederlandse verdachte aan België toe voor strafrechtelijk onderzoek naar fraude en deelname aan een criminele organisatie.