ECLI:NL:RBAMS:2006:BD4764
Rechtbank Amsterdam
- Eerste aanleg - meervoudig
- Rechtspraak.nl
Toestemming tot overlevering aan Litouwen met uitzondering van munitiebezit
De rechtbank Amsterdam behandelde op 22 december 2006 een vordering tot overlevering van een Litouwse staatsburger aan Litouwen op grond van een Europees aanhoudingsbevel (EAB). De opgeëiste persoon werd verdacht van strafbare feiten die in Litouwen tot een gevangenisstraf van vier jaar hebben geleid.
Tijdens de procedure is vastgesteld dat de betekening van de dagvaarding persoonlijk heeft plaatsgevonden en dat de opgeëiste persoon op de hoogte was van de zittingsdatum in hoger beroep. De rechtbank heeft de overleveringsdetentie geschorst en de procedure geschorst voor onbepaalde tijd om aanvullende informatie te verkrijgen.
De rechtbank oordeelde dat de feiten waarvoor overlevering wordt gevraagd, met uitzondering van het bezit van munitie, voldoen aan de vereisten van de Overleveringswet (OLW) en strafbaar zijn volgens zowel Litouws als Nederlands recht. Voor het bezit van munitie, waarvoor de maximale straf minder dan twaalf maanden bedraagt, is overlevering geweigerd.
De verdediging voerde verweren aan omtrent de betekening en strafbaarheid, maar deze werden door de rechtbank verworpen. De rechtbank concludeerde dat de overlevering voor de overige feiten moet worden toegestaan en dat tegen deze uitspraak geen gewoon rechtsmiddel openstaat.
Uitkomst: De rechtbank staat de overlevering van de opgeëiste persoon aan Litouwen toe, behalve voor het bezit van munitie.