ECLI:NL:RBAMS:2006:BD4761
Rechtbank Amsterdam
- Eerste aanleg - meervoudig
- Rechtspraak.nl
Toestemming tot overlevering op grond van Europees aanhoudingsbevel ondanks andere nationaliteit
De rechtbank Amsterdam behandelde de vordering tot overlevering van een persoon met de Duitse nationaliteit op basis van een Europees aanhoudingsbevel (EAB) uitgevaardigd door de Duitse justitiële autoriteiten. De procedure omvatte meerdere zittingen en een tussentijdse uitspraak waarbij de terugkeergarantie na strafuitzetting centraal stond.
De raadsman van de opgeëiste persoon voerde aan dat de overdracht niet mogelijk was vanwege de nationaliteit en twijfels over de terugkeergarantie. De rechtbank verwierp deze bezwaren, stellende dat het vertrouwensbeginsel geldt en dat Nederland het Verdrag inzake de Overbrenging van Gevonniste Personen toepast op zowel Nederlanders als vreemdelingen met gewone verblijfplaats in Nederland. De Duitse autoriteiten hebben herhaaldelijk garanties gegeven dat de opgeëiste persoon na strafuitzetting op verzoek spoedig naar Nederland kan terugkeren.
De rechtbank concludeerde dat aan alle wettelijke eisen van de Overleveringswet was voldaan en dat er geen aanwijzingen waren dat de toezeggingen niet zouden worden nagekomen. Daarom werd de overlevering toegestaan ten behoeve van het strafrechtelijk onderzoek in Duitsland.
Uitkomst: De rechtbank staat de overlevering van de Duitse staatsburger toe op grond van het Europees aanhoudingsbevel.