ECLI:NL:RBAMS:2006:BD4751
Rechtbank Amsterdam
- Eerste aanleg - meervoudig
- Rechtspraak.nl
Toestaan overlevering Estse verdachte op grond van Europees aanhoudingsbevel wegens diefstal met braak
De rechtbank Amsterdam behandelde op 8 december 2006 de vordering tot overlevering van een Estse verdachte, zonder vaste verblijfplaats in Nederland, op grond van een Europees aanhoudingsbevel (EAB) uitgevaardigd door de Rechtbank van Eerste Aanleg te Gent. Het EAB betrof een strafrechtelijk onderzoek naar een diefstal met braak gepleegd door meerdere personen.
De verdachte ontkende schuld, maar kon dit niet aantonen. Zijn raadsman voerde aan dat de aanhouding onrechtmatig was en dat fundamentele rechten waren geschonden, waardoor toepassing van artikel 11 OLW Pro tot weigering van overlevering zou moeten leiden. De rechtbank oordeelde dat dit beroep niet slaagde omdat geen concrete feiten en omstandigheden waren aangevoerd die een flagrante schending van het EVRM aannemelijk maakten.
De rechtbank stelde vast dat de aanhouding op grond van de Overleveringswet geldig was en dat eventuele eerdere onrechtmatigheden de rechtmatigheid van deze aanhouding niet aantasten. Ook werd geoordeeld dat er in Nederland geen strafvervolging tegen de verdachte liep, zodat overlevering niet in strijd was met artikel 9 OLW Pro.
De rechtbank besloot de overlevering toe te staan en onthield zich van oordeel over inbeslaggenomen goederen, aangezien de officier van justitie hierover geen vordering had ingediend. Tegen deze beslissing staat geen gewoon rechtsmiddel open.
Uitkomst: De rechtbank Amsterdam staat de overlevering van de Estse verdachte toe op grond van het Europees aanhoudingsbevel wegens diefstal met braak.