ECLI:NL:RBAMS:2006:BD3831
Rechtbank Amsterdam
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Toestemming tot overlevering Nederlandse verdachte aan Duitsland ondanks ne bis in idem-verweer
De rechtbank Amsterdam behandelde op 20 oktober 2006 een verzoek tot overlevering van een Nederlandse verdachte aan Duitsland op grond van een Europees aanhoudingsbevel (EAB). De verdachte werd verdacht van medeplegen van een gewapende diefstal met geweld in Duitsland. De verdediging voerde aan dat het ne bis in idem-beginsel overlevering moest verhinderen omdat de verdachte in Nederland al werd vervolgd voor gerelateerde feiten.
De rechtbank oordeelde dat het ne bis in idem-verweer faalde omdat de verdachte niet in Nederland werd vervolgd voor het feit waarvoor overlevering werd gevraagd, ondanks dat er mogelijk opsporingshandelingen in Nederland waren verricht. Tevens werd vastgesteld dat het feit strafbaar is volgens zowel Duits als Nederlands recht en dat de verdachte bij veroordeling in Duitsland zijn straf in Nederland kan ondergaan.
De rechtbank besloot daarom de overlevering toe te staan. Tegen deze beslissing staat geen gewoon rechtsmiddel open. De uitspraak bevestigt de toepassing van het ne bis in idem-beginsel binnen het kader van Europese overleveringsprocedures en benadrukt de voorwaarden waaronder overlevering kan worden geweigerd.
Uitkomst: De rechtbank staat de overlevering van de verdachte aan Duitsland toe ondanks het ne bis in idem-verweer.