ECLI:NL:RBAMS:2006:AZ7489
Rechtbank Amsterdam
- Eerste aanleg - meervoudig
- Rechtspraak.nl
Overlevering aan Italië toegestaan ondanks weigeringgrond artikel 13 OLW
De rechtbank Amsterdam behandelde op 5 december 2006 de vordering tot overlevering van een persoon aan Italië op grond van een Europees aanhoudingsbevel (EAB) van 23 juni 2005. De opgeëiste persoon wordt verdacht van deelname aan een criminele organisatie en illegale handel in verdovende middelen volgens de Italiaanse justitie.
De verdachte betwistte zijn identiteit en woonplaats, maar erkende uiteindelijk zijn verblijf in Nederland en Nederlandse nationaliteit. De rechtbank concludeerde dat de feiten strafbaar zijn volgens zowel Italiaans als Nederlands recht en dat de dubbele strafbaarheidsvereiste is vervuld. De Italiaanse autoriteiten gaven een WOTS-garantie dat de opgeëiste persoon een opgelegde straf in Nederland kan uitzitten.
Hoewel de feiten deels in Nederland zijn gepleegd, waardoor artikel 13 OLW Pro overlevering zou kunnen weigeren, oordeelde de rechtbank dat vanwege de goede rechtsbedeling en de WOTS-garantie de overlevering aan Italië toch moet worden toegestaan. De verdediging voerde onder meer aan dat er mogelijk sprake was van een verstekvonnis, maar dit werd niet onderbouwd. De rechtbank wees het verweer af en besloot de overlevering toe te staan.
Uitkomst: De rechtbank staat de overlevering van de verdachte aan Italië toe ondanks de weigeringgrond uit artikel 13 OLW vanwege een WOTS-garantie en goede rechtsbedeling.