ECLI:NL:RBAMS:2006:AZ3700
Rechtbank Amsterdam
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- M. van Hees
- Rechtspraak.nl
Aansprakelijkheid val op gedweilde tegelvloer in bedrijfspand afgewezen wegens voldoende waarschuwing
Op 23 mei 2000 viel A, werknemer van C, in de centrale hal van het bedrijfspand van C, waar schoonmaakbedrijf B de vloer dweilde. A liep daarbij een gecompliceerde beenbreuk op. A stelde dat B onzorgvuldig had gehandeld door onvoldoende te waarschuwen voor de gladde vloer.
B voerde verweer dat zij voldoende had gewaarschuwd door het plaatsen van een emmer met de tekst 'Caution wet floor' op ongeveer vijf meter afstand van de plek waar A viel. De rechtbank overwoog dat het dweilen op dinsdagochtend niet ongebruikelijk was en dat de emmer een redelijke waarschuwing vormde gezien de geringe omvang van de hal.
De rechtbank oordeelde dat geen sprake was van onrechtmatigheid of gevaarzetting door B, en dat A's val en letsel voor eigen risico kwamen. Ook werd het verweer van B dat alleen C als werkgever aansprakelijk kon worden gesteld, verworpen omdat B zelf aansprakelijk kan zijn voor de wijze van uitvoering van haar werkzaamheden.
De vordering van A werd afgewezen en A werd veroordeeld in de proceskosten van B. De rechtbank benadrukte dat het niet opvolgen van aanbevelingen van de OSB geen veiligheidsnorm is die onrechtmatigheid oplevert. De waarschuwing met de emmer voldeed aan de zorgvuldigheidsnormen onder de gegeven omstandigheden.
Uitkomst: De vordering van A wordt afgewezen omdat B voldoende heeft gewaarschuwd en geen onrechtmatig handelen is vastgesteld.