ECLI:NL:RBAMS:2006:AZ1913
Rechtbank Amsterdam
- Eerste aanleg - meervoudig
- J.M.J. Lommen-Van Alphen
- P.B. Martens
- J.G. Sillevis Smitt
- Rechtspraak.nl
Veroordeling poging tot afpersing in ontvoeringszaak
De rechtbank Amsterdam heeft op 1 november 2006 uitspraak gedaan in de strafzaak tegen verdachte, die werd verdacht van poging tot afpersing in verband met de ontvoering van een slachtoffer. Verdachte had op instructie van een medeverdachte geldbedragen opgehaald die afkomstig waren van het slachtoffer, dat was ontvoerd en bedreigd.
De rechtbank oordeelde dat verdachte zich bewust was van de criminele achtergrond van de medeverdachte en de relatie met de ontvoering. Ondanks het feit dat het slachtoffer niet aanwezig was en niet van plan was geld te overhandigen, was er sprake van een strafbare poging tot afpersing. De verklaringen van de medeverdachte, hoewel niet als getuige gehoord, konden worden gebruikt als bewijs.
De rechtbank legde een gevangenisstraf van 2 jaar op, waarvan 6 maanden voorwaardelijk met een proeftijd van 2 jaar, rekening houdend met de ernst van het feit, het leed voor het slachtoffer en de relatief geringe rol van verdachte. De tijd in voorarrest werd in mindering gebracht. Het vonnis werd gewezen door een meervoudige strafkamer.
Uitkomst: Verdachte is veroordeeld tot 2 jaar gevangenisstraf, waarvan 6 maanden voorwaardelijk, wegens poging tot afpersing.