ECLI:NL:RBAMS:2006:AY8348
Rechtbank Amsterdam
- Eerste en enige aanleg
- Rechtspraak.nl
Betwisting honorarium en wanprestatie bij bindend advies waardering aandelen Brouwer Groep
In deze civiele procedure vordert PricewaterhouseCoopers Accountants N.V. (PWC) betaling van declaraties voor werkzaamheden als bindend adviseur bij de waardering van aandelen van Brouwer Groep B.V. De gedaagde, A, betwist de vordering en stelt dat PWC en de bindend adviseurs wanprestatie en onrechtmatige daad hebben gepleegd door fouten in het bindend advies en het niet herstellen daarvan.
De kern van het geschil betreft de waardering van aandelen, met name de toerekening van agio op cumulatief preferente aandelen en de waardering van extra dividendrechten, waarbij A stelt dat door fouten in het advies zijn aandelen onjuist zijn gewaardeerd en hij daardoor schade heeft geleden. Tevens wordt betwist of PWC een zelfstandig vorderingsrecht heeft en of de exoneratieclausule in de overeenkomst van toepassing is.
De rechtbank oordeelt dat PWC een zelfstandig vorderingsrecht toekomt voor het honorarium van de bindend adviseur die bij PWC in dienst was. De rechtbank stelt vast dat er geen gebreken zijn in de wijze van totstandkoming van het advies, maar dat de inhoudelijke toetsing van het advies en de vraag of sprake is van wanprestatie of onrechtmatige daad een deskundigenbericht vereist. De zaak wordt aangehouden voor het inwinnen van een deskundigenbericht en het nemen van nadere processtukken.
Uitkomst: De rechtbank houdt de beslissing aan voor het inwinnen van een deskundigenbericht en nadere processtukken.