ECLI:NL:RBAMS:2006:AW5616
Rechtbank Amsterdam
- Eerste aanleg - meervoudig
- A.J.R.M. Vermolen
- J.M.J. Lommen-van Alphen
- J.C. Boeree
- Rechtspraak.nl
Toestemming tot overlevering aan Duitsland wegens belastingfraude en oplichting
De rechtbank Amsterdam behandelde een verzoek tot overlevering van een verdachte aan Duitsland op grond van een Europees aanhoudingsbevel (EAB) voor 25 strafbare feiten, waaronder fraude en oplichting. De verdachte werd verdacht van belastingontduiking en andere strafbare feiten volgens het Duitse recht. De rechtbank oordeelde dat het EAB voldeed aan de vereisten van de Overleveringswet (OLW), inclusief voldoende specificatie van de feiten en betrokkenheid van de verdachte.
De verdediging voerde aan dat het EAB niet voldeed aan de vereisten van artikel 2 OLW Pro, met name vanwege de brede omschrijving van de feiten en het verschil in kwalificatie tussen Duits en Nederlands recht. Dit verweer werd verworpen omdat de rechtbank oordeelde dat de feiten onder Nederlandse wetgeving ook strafbaar zijn en dat de kwalificatie niet doorslaggevend is voor dubbele strafbaarheid.
Verder werd het verzoek tot aanhouding van de procedure om alternatieven voor overlevering te onderzoeken afgewezen. De rechtbank stelde dat Nederland geen rechtsmacht heeft over de feiten en dat belangenafweging op grond van artikel 13 OLW Pro niet van toepassing is. De terugkeergarantie werd als voldoende gewaarborgd beschouwd, zodat de verdachte bij veroordeling zijn straf in Nederland kan uitzitten.
De rechtbank besloot de overlevering toe te staan en benadrukte dat tegen deze uitspraak geen gewoon rechtsmiddel openstaat.
Uitkomst: De rechtbank staat de overlevering van de verdachte aan Duitsland toe voor het strafrechtelijk onderzoek naar 25 strafbare feiten.