ECLI:NL:RBAMS:2006:AW2513
Rechtbank Amsterdam
- Eerste aanleg - meervoudig
- Rechtspraak.nl
Vrijspraak verdachte moordzaak Steven Chocolaad wegens onvoldoende bewijs
De rechtbank Amsterdam behandelde de zaak tegen verdachte die werd beschuldigd van medeplegen van moord op Steven Chocolaad in mei 2003. De tenlastelegging betrof het vastbinden, wurgen en in stukken snijden van het slachtoffer. Tijdens de procedure werd onder meer geklaagd over het buiten aanwezigheid van de verdediging horen van een belangrijke getuige, wat leidde tot discussie over de ontvankelijkheid van de officier van justitie.
De rechtbank oordeelde dat hoewel er sprake was van verzuimen bij de verhoren van de getuige, deze niet ernstig genoeg waren om de vervolging te staken. Wel werden de verklaringen van die getuige uit die verhoren uitgesloten als bewijs. De overige verklaringen en het overige bewijs, waaronder telefoongegevens, forensisch onderzoek en verklaringen van andere getuigen, boden onvoldoende steun voor de betrokkenheid van verdachte.
De rechtbank vond dat de verklaringen van de getuige onvoldoende onderbouwd waren en dat de vermeende betrokkenheid van verdachte bij de moord niet overtuigend was aangetoond. Ook het bewijs rond de zogenaamde “Filthy Few” tatoeages en badges kon niet als bewijs worden aangemerkt. Daarom sprak de rechtbank verdachte vrij van het tenlastegelegde moordfeit.
Deze uitspraak werd gedaan na meerdere zittingen tussen januari 2005 en april 2006 en benadrukt het belang van een behoorlijke procesorde en een overtuigend bewijs om tot een veroordeling te komen.
Uitkomst: Verdachte is vrijgesproken wegens onvoldoende overtuigend bewijs en procesrechtelijke tekortkomingen.