ECLI:NL:RBAMS:2006:AW2509
Rechtbank Amsterdam
- Eerste aanleg - meervoudig
- Rechtspraak.nl
Vrijspraak verdachte in moordzaak Steven Chocolaad wegens onvoldoende bewijs
De rechtbank Amsterdam behandelde de strafzaak tegen verdachte, die werd beschuldigd van medeplegen van moord op Steven Chocolaad in mei 2003. De zaak omvatte meerdere zittingen tussen januari 2005 en april 2006. De tenlastelegging betrof het opzettelijk en met voorbedachten rade doden van het slachtoffer, onder meer door vastbinden, wurging en het in stukken snijden van het lichaam.
De verdediging voerde onder meer niet-ontvankelijkheid aan wegens verzuimen in het onderzoek, waaronder het horen van een belangrijke getuige buiten aanwezigheid van de raadsman en het tonen van schokkende foto's aan verdachte. De rechtbank oordeelde dat er sprake was van verzuimen, maar dat deze niet zo ernstig waren dat de vervolging moest worden gestaakt. Wel werden bepaalde verklaringen van de getuige buiten bewijs gelaten.
De officier van justitie eiste een gevangenisstraf van 15 jaar en baseerde zich op diverse bewijsmiddelen, waaronder getuigenverklaringen, forensisch onderzoek, telefoondata en luminescentieonderzoek. De verdediging betoogde vrijspraak. De rechtbank vond dat de verklaring van de belangrijkste getuige onvoldoende werd ondersteund door ander bewijs om verdachte te verbinden aan het tenlastegelegde.
Daarom sprak de rechtbank verdachte vrij wegens gebrek aan overtuigend bewijs. De uitspraak werd gedaan door de meervoudige kamer op 20 april 2006.
Uitkomst: Verdachte wordt vrijgesproken wegens onvoldoende overtuigend bewijs voor medeplegen moord.