ECLI:NL:RBAMS:2006:AV7355
Rechtbank Amsterdam
- Eerste aanleg - meervoudig
- W. Tonkens-Gerkema
- N.C.H. Blankevoort
- A.W.H. Vink
- Rechtspraak.nl
Bevoegdheid directeur Gemeentelijk Havenbedrijf en aansprakelijkheid gemeente voor afgegeven garanties
De zaak betreft de vraag of de directeur van het Gemeentelijk Havenbedrijf Rotterdam (GHR) bevoegd was om namens de gemeente garanties af te geven voor leningen verstrekt aan RDM-vennootschappen door Barclays Bank. De rechtbank stelt vast dat de directeur niet bevoegd was tot het aangaan van borgtochtovereenkomsten zonder een besluit van de gemeenteraad, zoals bepaald in het Delegatiebesluit 1995 en het Integraal Mandaat- en Volmachtbesluit (IMV 2001).
Barclays voerde aan dat de directeur wel bevoegd was of dat de gemeente de onbevoegdheid heeft bekrachtigd. De rechtbank verwierp deze stellingen en oordeelde dat de gemeente niet gebonden is aan de garanties. Barclays mocht echter bewijzen dat de directeur, terwijl hij wist of had moeten weten dat hij niet bevoegd was, onrechtmatig heeft gehandeld door dit tegenover Barclays te verzwijgen of onjuiste mededelingen te doen.
De rechtbank gaf aan dat indien dat onrechtmatig handelen komt vast te staan, de gemeente als werkgever aansprakelijk kan zijn voor de schade van Barclays. De zaak werd aangehouden voor bewijslevering, waaronder getuigenverhoor, om deze punten nader te onderzoeken. De rechtbank wees ook op het belang van de interne gemeentelijke besluiten en de juridische kaders die de bevoegdheid van de directeur beperken.
Uitkomst: De rechtbank oordeelt dat de directeur van het Gemeentelijk Havenbedrijf niet bevoegd was garanties af te geven en dat de gemeente niet aan deze garanties is gebonden, met aanhouding voor bewijslevering over onrechtmatig handelen.