ECLI:NL:RBAMS:2006:AV1630
Rechtbank Amsterdam
- Eerste aanleg - meervoudig
- Rechtspraak.nl
Belangenafweging DNA-profiel minderjarige veroordeelde bij openlijke geweldpleging
De rechtbank Amsterdam behandelde het bezwaar van een minderjarige veroordeelde tegen de bepaling en verwerking van haar DNA-profiel na een veroordeling wegens openlijke geweldpleging. De minderjarige was op het moment van het misdrijf 13 jaar oud en had deelgenomen aan een vechtpartij waarbij het slachtoffer ernstig letsel opliep, maar dit letsel kon niet aan haar worden toegerekend.
De officier van justitie had een bevel gegeven tot DNA-afname, maar het openbaar ministerie beschikte niet over een kenbaar beleid met betrekking tot minderjarigen. De rechtbank stelde vast dat de Wet DNA-onderzoek ook voor minderjarigen geldt, maar dat een zorgvuldige belangenafweging noodzakelijk is waarbij de belangen van de minderjarige de eerste overweging vormen.
Gezien de leeftijd van de veroordeelde, de omstandigheden van het feit, het ontbreken van eerdere justitiële contacten en het toezicht door Bureau Jeugdzorg, achtte de rechtbank de kans op recidive niet zodanig dat DNA-afname noodzakelijk was. Daarom verklaarde de rechtbank het bezwaar gegrond en beval de vernietiging van het afgenomen celmateriaal.
Uitkomst: Het bezwaar tegen DNA-afname van de minderjarige wordt gegrond verklaard en het celmateriaal wordt vernietigd.