ECLI:NL:RBAMS:2006:AV1627
Rechtbank Amsterdam
- Eerste aanleg - meervoudig
- Rechtspraak.nl
Belangenafweging DNA-profielbepaling minderjarige veroordeelde bij ernstige geweldsdelicten
De rechtbank Amsterdam behandelde het bezwaarschrift van een minderjarige veroordeelde tegen het bevel tot afname en verwerking van haar DNA-profiel op grond van een veroordeling voor poging tot afpersing en meerdere geweldsdelicten.
De officier van justitie had een belangenafweging gemaakt waarbij het maatschappelijk belang bij opsporing en recidivepreventie zwaarder woog dan het persoonlijk belang van de minderjarige, mede vanwege de ernst van de feiten en de ontwikkelingsproblematiek van de veroordeelde.
De rechtbank stelde vast dat aan de formele vereisten van de Wet DNA-onderzoek was voldaan, maar constateerde dat de belangenafweging door het OM onvoldoende was gemotiveerd in het bevel zelf. Daarom maakte de rechtbank zelf de belangenafweging.
Gezien de ernstige en agressieve aard van de feiten, de leeftijd van de minderjarige ten tijde van de feiten, haar persoonlijkheidsproblematiek en het hoge recidiverisico, oordeelde de rechtbank dat het maatschappelijk belang zwaarder weegt dan het persoonlijk belang bij privacy en stigmatisering.
Het bezwaarschrift werd daarom ongegrond verklaard en het bevel tot DNA-afname en verwerking gehandhaafd.
Uitkomst: Het bezwaarschrift van de minderjarige veroordeelde tegen DNA-profielbepaling wordt ongegrond verklaard.