ECLI:NL:RBAMS:2006:AV1200

Rechtbank Amsterdam

Datum uitspraak
27 januari 2006
Publicatiedatum
4 april 2013
Zaaknummer
13.497.524-05
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Strafrecht
Uitkomst
Afwijzend
Procedures
  • Eerste aanleg - meervoudig
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 34 lid 2 onder b OLW
Verwijzingen
1 uitgaand · 1 inkomend
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Afwijzing verlenging gevangenhouding ter overlevering wegens lopende strafzaak in Nederland

De rechtbank Amsterdam behandelde op 27 januari 2006 de vordering van het Openbaar Ministerie tot verlenging van de gevangenhouding van een opgeëiste persoon in het kader van een Europees arrestatiebevel uit Luxemburg. De feitelijke overlevering was toegestaan, maar had nog niet plaatsgevonden omdat de persoon in Nederland nog moest worden berecht voor een ander strafbaar feit.

De rechtbank oordeelde dat de situatie niet viel onder artikel 34 lid 2 onder Pro b van de Overleveringswet, omdat de beslissing van de officier van justitie om de opgeëiste persoon niet ter beschikking te stellen aan de uitvaardigende autoriteit geen situatie van overmacht opleverde. De opgeëiste persoon was niet verschenen om gehoord te worden, maar had schriftelijk laten weten niet te willen worden gehoord.

De vordering tot verlenging van de gevangenhouding werd daarom afgewezen. De rechtbank benadrukte dat zo spoedig mogelijk een beslissing over de overlevering zou volgen. De raadsman van de opgeëiste persoon was aanwezig tijdens de zitting. De uitspraak bevestigt dat lopende strafzaken in Nederland voorrang kunnen geven op overlevering aan een andere lidstaat.

Uitkomst: De rechtbank wijst de vordering tot verlenging van de gevangenhouding ter overlevering af wegens het ontbreken van een situatie van overmacht.

Uitspraak

RECHTBANK AMSTERDAM, Internationale Rechtshulpkamer
AFWIJZING VERLENGING GEVANGENHOUDING
Parketnummer: 13.497.524-05
op de vordering van de officier van justitie in dit arrondissement gedateerd 27 januari 2006,
tot verlenging van de gevangenhouding van de opgeëiste persoon:
Naam: [opgeëiste persoon]
geboren op: [geboortedatum] 1982 te [geboorteplaats]
Nationaliteit: Burger van [land]
en wonende: [adres]
thans verblijvende in: Huis van Bewaring Almere Binnen te Almere
De autoriteiten van Luxemburg hebben een Europees arrestatiebevel m.b.t. bovengenoemde persoon toegezonden.
De rechtbank heeft kennis genomen van het bevel tot gevangenhouding van [opgeëiste persoon] voornoemd d.d. 13 januari 2006 en van kracht is tot 30 januari 2006.
De rechtbank heeft op vrijdag 27 januari 2006
X De officier van justitie
X de raadsman van de opgeëiste persoon, mr. M. Ferschtmann in raadkamer gehoord. En diens raadsman/vrouwe
X De opgeëiste persoon is, hoewel daartoe op de bij de wet voorgeschreven wijze opgeroepen,
niet verschenen.
X De feitelijke overlevering is toegestaan maar heeft nog niet kunnen plaatsvinden.
BESLISSING:
Wijst af de vordering tot verlenging van de overleveringsdetentie, nu een geval als bedoeld in artikel 34 lid 2 onder Pro b OLW zich ten deze niet voordoet. De beslissing van de officier van justitie om de opgeëiste persoon, in afwachting van de behandeling door de Politierechter van de tegen hem in Nederland lopende strafzaak, niet voorlopig aan de uitvaardigende autoriteit ter beschikking te stellen, levert geen situatie van overmacht op, zoals bedoeld in vorengenoemde bepaling.
Aldus gedaan op 27 januari 2006 in raadkamer van deze rechtbank en kamer
door
mr . E.D. Bonga-Sigmond rechter,
in tegenwoordigheid van mr. W.J.A. van der Velde griffier.
Arrondissementsrechtbank te Amsterdam
PROCES-VERBAAL van het onderzoek in raadkamer van deze rechtbank en kamer van
27 januari 2006.
Tegenwoordig zijn:
mr . rechter,
in tegenwoordigheid van mr. griffier.
en mr. Officier van justitie.
De opgeëiste persoon:
Naam: [opgeëiste persoon]
geboren op: [geboortedatum] 1982 te [geboortedatum]
Nationaliteit: Burger van [land]
en wonende: [adres]
thans verblijvende in: Huis van Bewaring Almere Binnen te Almere
is wel/niet verschenen teneinde te worden gehoord op de vordering van de officier van justitie in dit arrondissement tot verlenging van de gevangenhouding ter fine van overlevering.
De voorzitter wijst de opgeëiste persoon er op dat hij niet tot antwoorden is verplicht en zegt hem goed op te letten.
De voorzitter deelt mede de korte inhoud van de schriftelijke verklaring van de opgeëiste persoon d.d.
inhoudende dat hij/zij niet op de vordering van de officier van justitie wenst te worden gehoord.
Als raadsman van de opgeëiste persoon is ter zitting aanwezig mr. M. Ferschtman
Zakelijk weergegeven hebben verklaard:
De opgeëiste persoon:
Parketnummer: 13.497524-05
Inzake: [opgeëiste persoon]
De officier van justitie:
Ik persisteer bij de vordering tot verlenging van de
X Gevangenhouding
Gevangenneming
ter fine van overlevering.
De raadsman/vrouwe:
Aan de opgeëiste persoon wordt het recht gelaten het laatst te spreken.
De voorzitter sluit het onderzoek in raadkamer en deelt
na beraad de beslissing van de rechtbank mede
mede dat zo spoedig mogelijk wordt beslist.
Waarvan is opgemaakt dit proces-verbaal, dat door de voorzitter en de griffier is vastgesteld en ondertekend.
ARRONDISSEMENTSPARKET TE AMSTERDAM