ECLI:NL:RBAMS:2006:AV1200
Rechtbank Amsterdam
- Eerste aanleg - meervoudig
- Rechtspraak.nl
Afwijzing verlenging gevangenhouding ter overlevering wegens lopende strafzaak in Nederland
De rechtbank Amsterdam behandelde op 27 januari 2006 de vordering van het Openbaar Ministerie tot verlenging van de gevangenhouding van een opgeëiste persoon in het kader van een Europees arrestatiebevel uit Luxemburg. De feitelijke overlevering was toegestaan, maar had nog niet plaatsgevonden omdat de persoon in Nederland nog moest worden berecht voor een ander strafbaar feit.
De rechtbank oordeelde dat de situatie niet viel onder artikel 34 lid 2 onder Pro b van de Overleveringswet, omdat de beslissing van de officier van justitie om de opgeëiste persoon niet ter beschikking te stellen aan de uitvaardigende autoriteit geen situatie van overmacht opleverde. De opgeëiste persoon was niet verschenen om gehoord te worden, maar had schriftelijk laten weten niet te willen worden gehoord.
De vordering tot verlenging van de gevangenhouding werd daarom afgewezen. De rechtbank benadrukte dat zo spoedig mogelijk een beslissing over de overlevering zou volgen. De raadsman van de opgeëiste persoon was aanwezig tijdens de zitting. De uitspraak bevestigt dat lopende strafzaken in Nederland voorrang kunnen geven op overlevering aan een andere lidstaat.
Uitkomst: De rechtbank wijst de vordering tot verlenging van de gevangenhouding ter overlevering af wegens het ontbreken van een situatie van overmacht.