ECLI:NL:RBAMS:2005:AU6029
Rechtbank Amsterdam
- Eerste en enige aanleg
- Rechtspraak.nl
Uitleg en afdwingbaarheid boetebeding in Letter of Intent bij beëindiging samenwerking
Partijen hebben een Letter of Intent ondertekend met de intentie gezamenlijk een productiebedrijf in Azië op te richten, waarbij een boetebeding van €25.000 is opgenomen bij uittreding van een partij.
De rechtbank stelt vast dat Nederlands recht van toepassing is op de Letter of Intent, omdat het document in Nederland is opgesteld, ondertekend en de partijen in Nederland wonen. De uitleg van het boetebeding volgt het Haviltex-criterium, waarbij de redelijke verwachtingen van partijen centraal staan.
C heeft zich middels een e-mail op 4 maart 2004 definitief teruggetrokken uit de samenwerking, wat de rechtbank als uittreding in de zin van het boetebeding kwalificeert. De rechtbank oordeelt dat toepassing van de boete niet onaanvaardbaar is en dat er geen grond is voor matiging.
De vordering van Out Holding c.s. tot betaling van de boete wordt toegewezen, inclusief wettelijke rente vanaf 16 maart 2004. De vordering tot het verbod op onrechtmatige concurrentie wordt afgewezen wegens gebrek aan concreet belang. De tegenvordering van C wordt afgewezen en de proceskosten worden gecompenseerd.
Uitkomst: C wordt veroordeeld tot betaling van €25.000 boete plus wettelijke rente wegens uittreding uit de samenwerking.