ECLI:NL:RBAMS:2005:AU4781
Rechtbank Amsterdam
- Eerste aanleg - meervoudig
- R.B. Kleiss
- P.B. Martens
- J.N.A. Jolink
- Rechtspraak.nl
Toestemming overlevering opgeëiste persoon aan Duitsland ondanks verweer discriminatie en terugkeergarantie
De Rechtbank Amsterdam behandelde op 23 september 2005 de vordering tot overlevering van een opgeëiste persoon aan Duitsland op basis van een Europees aanhoudingsbevel (EAB) uitgevaardigd door de justitiële autoriteiten te Düsseldorf. De verdachte, Iraaks staatsburger, werd verdacht van illegale handel in verdovende middelen, een feit waarvoor in Duitsland een gevangenisstraf van ten minste drie jaar staat.
Tijdens de zitting werd het onschuldverweer van de verdachte verworpen wegens gebrek aan bewijs. De verdediging voerde aan dat de overlevering geweigerd moest worden vanwege een uitspraak van het Duitse Bundesverfassungsgericht van 18 juli 2005, waarin de Duitse implementatiewet van het kaderbesluit over het EAB nietig werd verklaard. Dit zou leiden tot discriminatie en het ontbreken van een terugkeergarantie voor de verdachte.
De rechtbank verwierp deze verweren. Zij overwoog dat de Duitse nietigverklaring niet van toepassing is op het EAB dat vanuit Duitsland wordt uitgevaardigd en dat de Nederlandse Overleveringswet (OLW) de procedure regelt. De rechtbank stelde vast dat artikel 74 OLW Pro bepaalt dat het kaderbesluit rechtsgeldig is geïmplementeerd voor uitgaande EAB’s vanuit Duitsland, zodat de overlevering volgens de OLW moet worden behandeld. Ook werd geoordeeld dat er geen sprake is van discriminatie en dat de verdachte geen recht heeft op een terugkeergarantie.
De rechtbank besloot de overlevering toe te staan en wees op het ontbreken van een gewoon rechtsmiddel tegen deze uitspraak.
Uitkomst: De rechtbank staat de overlevering van de verdachte aan Duitsland toe ondanks het verweer van discriminatie en terugkeergarantie.